Het initiatiefwetsvoorstel van CDA en GroenLinks, bedoeld om de regelgeving omtrent Het Nieuwe Werken vast te leggen, is slechts een stap in de goede richting. Dat zegt hoogleraar Peter Leisink in een interview met SC Online. ‘Wat echt nodig, is een omslag in het denken’.
Leisink, hoogleraar Bestuurs- en Organisatieweteschap, vindt het initiatief van CDA en GroenLinks om de Wet aanpassing arbeidsduur om te vormen tot de Wet flexibel werken, een goed voorstel. Hij stelt wel dat het om ‘soft law’ gaat. ‘Het gaat om een vraag en niet om een recht. Werknemers kunnen, als het wetsvoorstel wordt aangenomen, vragen om meer flexibiliteit, maar het niet eisen.’ Volgens de hoogleraar gaat het niet om een arbeidsbrede verandering, dat staat ook in het wetsvoorstel. ‘Sommige sectoren lenen zich simpelweg niet voor deze manier van werken,’ stelt hij. In de sectoren waarin Het Nieuwe Werken niet werkt, bijvoorbeeld in de zorg of het onderwijs, kan wel winst geboekt worden door tijdonafhankelijk werken. ‘In Zweden werkt men veel met zelfroostering. In Nederland heeft men nu ook ontdekt dat zelfroostering een aantrekkelijk systeem is om flexibiliteit van bedrijfstijden en wensen van werknemers met elkaar te combineren.’
Arbowetgeving
In het wetsvoorstel staat dat de huidige Arboregels kritisch bekeken moeten worden. Deze zijn namelijk gebaseerd op een werksituatie waarin werkgevers zicht hebben op de arbeidsomstandigheden. Leisink heeft geen vertrouwen in de aanpassing van de huidige Arbowetgeving. ‘Mensen kunnen overal werken: op terras, thuis of op een flexibele werkplek. Dat is een van de verworvenheden van het nieuwe werken. Het is moeilijk om voor al die verschillende situaties wetgeving op te stellen. Het is daarom aan vakbonden en werkgeversorganisaties en meer nog aan de werknemer en diens leidinggevende om hier goede afspraken over te maken. De wetgever kan wel helpen door te bepalen dát werkgever en werknemer afspraken moeten maken.’
De individu
Ook de vakbonden moeten anders gaan denken. Leisink: ‘Straks is er geen groep werknemers meer, die van negen tot vijf werkt en dezelfde belangen heeft. Vakbonden moet hier op inspelen en zich meer op het individu richten.’ Als voorbeeld noemt hij individueel loopbaanadvies en individuele ondersteuning. Al met al gaat het nog wel even duren voordat Het Nieuwe Werken echt een nieuwe manier van werken wordt. ‘Wetgeving is een stap in de goede richting, maar wat echt nodig is, is een omslag in denken. Werkgevers én werknemers moeten wezenlijk anders over hun arbeidsrelatie gaan denken. En dat vergt nu eenmaal tijd.’
|